HARMEN VAN DER BIJ

Van der Bij is een van Frieslands belangrijkste tekenaars. Zijn werk doet in kwaliteit niet onder voor dat van Jopie Huisman of Ids Wiersma. Het woord kunstenaar kreeg hij niet over zijn lippen, althans niet in positieve zin. Hij gaf er de voorkeur aan, als het dan toch nodig was, als ambachtsman te boek te staan. Zijn minder bekende werk toont echter het bloed zoals het kroop. Harmen van der Bij moet gezien worden als een van de belangrijkste kunstenaars en geschiedschrijvers van de regio Noordoost Friesland. Mogelijk zelfs van de hele provincie.
Met de vele potloodtekeningen heeft hij in belangrijke mate bijgedragen aan de verbeelding van de streek in de periode tussen 1940-1990. Omdat de onderwerpen die hij koos vaak van ver voor die periode stammen en veel en veel ouder zijn (deels Middeleeuws) , heeft hij ook een belangrijke bijdrage geleverd aan het vastleggen van de streek geschiedenis. Een prent zegt meer dan duizend woorden – Van der Bij’s werk is voor velen een bron van jeugdherinneringen, voor anderen een kijkje in de tijd. Door de gedetailleerde manier van tekenen zijn zelfs bouwtechnische elementen te reconstrueren. Op deze manier biedt het werk zelfs informatie aan restaurateurs.

Harmen van der Bij – in de volksmond beter bekend als “Meester van der Bij” – werd op 22 september 1920 in Sijbrandahuis geboren. Hij was de jongste zoon van Lieuwe Geerts van der Bij en Aukje Foekes Bos, hardwerkende eenvoudige boeren op de kleigrond langs de Dockumer Ee. Zijn oudere broers kwamen in het bedrijf en Van der Bij “moest maar leren” en ging van de Mulo naar de Kweekschool. Hij kreeg verkering met Ytje Wijga die aan de andere kant van de Ee woonde. Als hij naar haar toe ging moest hij over de brug noordelijk van Sijbrandahuis. De bruggenwachter kon goed tekenen en moedigde Van der Bij aan het ook te proberen. Op de Kweekschool volgde hij de lessen met toewijding en deed uitvoerig ervaring op met eenvoudige materialen zoals potlood en inktpen. Er werd veel nagetekend en wat hij daar met name trainde was de waarneming – het kijken.

Na de oorlog kreeg hij een baan aan de Christelijke School in Twijzel. Pasgetrouwd settelde het stel zich aan de Rijksweg. Als onderwijzer aan de lagere school maakte hij veel indruk op de kinderen met prachtige boeiende verhalen over geschiedenis en biologie. Voor zijn tijd was hij uitermate creatief met het overbrengen van kennis; vaak nam hij de leerlingen mee de Natuur in waar hij ze ter plekke les gaf over het gebied, de flora en de fauna. Van der Bij kon prachtig tekenen op het bord. Daarnaast illustreerde hij talloze poezie-albums, verjaardags- en jubileumkaarten.
Toen de rijksweg in Twijzel werd verlegd en een aantal huizen geruimd moest worden, werd hij door een van de bewoners, mevrouw Detmar, gevraagd om een tekening te maken van de oude smederij. Dit moment werd door Van der Bij aangegeven als zijnde het begin van zijn tekencarrière. Na die ene prent volgden er vele tientallen. Tekenen en schilderen werd voor hem een manier om zijn andere passies, de streekgeschiedenis en de natuur op een bijzondere manier vast te leggen. Oude huisjes, kerken, boerderijen en boerenstreekjes in de ruime omgeving van Twijzel en in zijn geboortestreek werden op papier vastgelegd en voor het nageslacht bewaard. Een groot aantal van zijn werken emigreerde door de jaren heen mee naar Canada en Nieuw Zeeland om aldaar gekoesterd te worden als een stukje Heitelân.
Hoewel Van der Bij vooral en met name bekend is geworden door zijn bijna jaarlijkse kalenders met dorpsgezichten, monumentale panden en kerken (periode 1979-2000), heeft hij ook veel werk nagelaten dat amper openbaar is geweest. Er zijn tal van olieverfschilderijen, aquarellen, vrije tekeningen en illustraties in het bezit van particulieren. De familie Van der Bij beheert een enorme collectie van museale kwaliteit. In feite zouden deze items als vaste collectie moeten worden opgenomen in een streekmuseum of, beter nog, moeten worden aangekocht door het Fries Museum.
Van der Bij’s kleinere werk bestaat uit een enorme verzameling illustraties voor kinderboeken, boekjes met sprookjes, legenden en verhalen en boeken met streekgeschiedenis. Af en toe werd hij gevraagd voor reclameopdrachten en ook maakte hij ontwerpen voor een kunstwerk dat door de dorpssmid Detmar (dezelfde die hem vroeg de smederij te vereeuwigen ) op ware grootte werd gesmeed en sindsdien in de gereformeerde kerk te Twijzel hangt.

Er zijn tientallen kleinere werkjes in omloop. In de 40 jaren dat hij aan de lagere school in Twijzel stond gaf hij les aan honderden leerlingen. Alle meisjes kregen een uniek gedicht waarvan de zinnen begonnen met de gekalligrafeerde letters van hun naam. Door de gemeente werd hij benaderd om trouwboekjes te kalligraferen; hij kreeg daarvoor maar liefst 2 gulden per boekje. Vele vrienden en bekenden werden jaarlijks verrast met eigen gemaakte kerstkaarten, allen voorzien van een unieke afbeelding. Elke kaart en ieder poëziealbum is een klein kunstwerkje op zich. Van der Bij gebruikte daarbij met name een tekenpotlood en waterverf. De bijbehorende teksten vaak stichtelijk en vroom, in de geest van de man en blijk geven van zijn inspiratie.
Van der Bij kreeg vier kinderen die geen van allen zijn talent erfden. Wat wel werd geërfd zijn de liefde voor de natuur en het vastleggen daarvan in beeld met moderne middelen zoals de fotografie. Van der Bij overleed op 16 september 2000. Hij is op een paar weken na 80 jaar geworden.